top of page

Historie Kunst na Arbeid

1918

Op 29 juni 1918 werd door een groep werknemers van de N.V. Verenigde Touwfabrieken een muziekvereniging opgericht. In die tijd sprak men in Maassluis nog van ‘Van der Lely’s Touwfabrieken’. De oprichters werden bij hun actie vast en zeker geïnspireerd door de oprichting van voetbalvereniging V.D.L. op 6 mei van datzelfde jaar. Van het bedrijf kreeg men toen veel medewerking: zo werd o.a. het eerste instrumentarium geschonken. Het orkest bestond toen uitsluitend uit koperblazers en slagwerkers. Als naam koos men ‘Van der Lely’s Fanfare Corps Kunst na Arbeid’.

1919

Optreedlust

Het eerste bestuur bestond uit 5 heren: voorzitter C. Groenendaal, secretaris L. van de Heuvel, penningmeester J. Prins en de leden H. van Ettinger en E. de Bruin. Het was een neutrale vereniging, opgericht door werknemers van de Touwfabrieken. Een bedrijf waar nu nog slechts een aantal straatnamen en een kunstwerk in Maassluis aan herinneren. Dat men ook muzikaal snel wat durfde te ondernemen, blijkt uit het gegeven dat men in 1919 het eerste echte concert gaf in Maassluis. In datzelfde jaar ging men ook meteen naar een concours in Den Briel. Helaas werd daar toen geen prijs behaald. Niet zo’n ramp, want uit de archieven van KNA leren wij dat de vereniging tot aan haar zestigste verjaardag maar liefst 52 maal naar een concours ging. De totale oogst was 34 maal een eerste prijs, 10 maal een tweede prijs en 7 maal een derde prijs.

           Het bespelen van de instrumenten diende niet uitsluitend het eigen genoegen van de muzikanten. Dit blijkt wel uit het gegeven dat ook in die tijd regelmatig werd opgetreden. Naast de concerten die werden gegeven was Kunst na Arbeid ook veel op straat te vinden. Hun vrolijke marsmuziek luisterde diverse gelegenheden op. Het brengen van serenades behoorde tot de vaste activiteiten. Als een echtpaar een zoveel-jarige trouwdag te vieren had, werd de muziek ontboden en speelde men in de straat voor het huis. Natuurlijk werd na afloop het orkest binnen of buiten uitgenodigd om de keel te smeren. Dit laatste gegeven zorgde ervoor dat de meeste muzikanten zo’n serenade best wel zagen zitten.

1929

1938

Van fanfare naar harmonieorkest

Toen de vereniging 10 jaar bestond, vond men dit een prima gelegenheid om iets groots te organiseren. Kunst na Arbeid pakte uit door het grote Nationale Muziek Concours in Maassluis te laten plaatsvinden. Na ruim tien jaar werd in 1929 het fanfare corps omgezet in een harmoniebezetting. Dat betekende dat er naast de koperblazers ook houtblazers in het orkest een plaats konden vinden. Een situatie die tot op de dag van vandaag het geval is. Natuurlijk veranderde de naam toen ook: Harmonievereniging der N.V. Ver. Touwfabrieken ‘Kunst na Arbeid’.

Bij het twintigjarig bestaan in 1938 ging de vereniging niet alleen op concours in Maasland, maar men zorgde ook voor een groots opgezet Muziekfestival in Maassluis. Daarnaast werd het slagwerk uitgebreid met een paar prachtige pauken en werden ook twee klarinetten en een contrabas aangeschaft. De repetities vonden plaats in de Koepel, een ruimte die heel oude maassluizers zich wellicht nog kunnen herinneren. Daarna heeft men heel lang gebruik mogen maken van de kantine van de touwfabrieken, gelegen aan de Lange Boonestraat.

1943

1944

1948

1956

1964

Dapper verzet

Natuurlijk ging het ook wel eens minder goed met de vereniging. In 1943, tijdens de bezetting, werd van de vereniging verlangd een festival in het Feijenoordstadion te komen opluisteren. Echter dapper werd er door het bestuur geweigerd, want dit festival stond onder auspiciën van de N.S.B. Ondanks druk en bedreiging is men er niet heen gegaan. In 1944 wordt door de bezetter een deel van de instrumenten gevorderd. Ze moesten worden gebruikt door een stafmuziekkorps van de wehrmacht. Natuurlijk werden niet alle instrumenten ingeleverd. Een deel werd verstopt onder de vloer. Na de oorlog zijn de gevorderde instrumenten wel weer teruggevonden, helaas in een sterk verwaarloosde staat. Maar men moest verder en met kunst-en-vliegwerk zag men kans er toch mee door te spelen.

Uniformen

Kunst na Arbeid was nog steeds een bedrijfsmuziekvereniging en dat bood, zoals eerder bleek, beslist voordelen. In 1948, bij het 30-jarig bestaan, werd een deel van de kosten voor uniformen door het bedrijf gedragen. De rest moest op alle mogelijke manieren door de leden bijeen worden gebracht. Oud papier, rommelmarkten, enzovoorts. Ook werden er toen textielpunten op de zwarte markt gekocht. Daarvoor is toen de wet overtreden, maar zonder die bonnen was er geen kleding te koop.

          In 1956 ontving de vereniging van de directie van de N.V. Ver. Touwfabrieken een schitterend geschenk: een geheel nieuw instrumentarium in lage stemming. Daar was ondertussen grote behoefte aan en het spreekt vanzelf dat de vereniging met dit cadeau zeer verguld was. Ook tastte de Touwfabrieken in 1964 andermaal in de buidel voor modernere uniformen. Dit zouden de laatste echte uniformen worden, want tegenwoordig gaat Kunst na Arbeid wel uniform gekleed, maar het zijn geen echte uniformen meer.

1968

1971

1976

50-jarig bestaan

In 1968 bestond de vereniging 50 jaar en dat mocht natuurlijk niet ongemerkt voorbijgaan. Onder leiding van de nieuwe dirigent André Glotzbach werd op zaterdag 9 november het jubileumconcert verzorgd. Daarbij was ook het Utrechts Byzantijns Koor o.l.v. Myroslau Antonowycz uitgenodigd. Het werd een schitterend concert in een volle Immanuelkerk.

Op eigen benen

Door de inkrimping van de activiteiten in Maassluis van de N.V. Vereniging  Touwfabrieken, is er sinds 1971 geen band meer tussen het bedrijf en de muziekvereniging. Op 9 juni 1976 kon men lezen in de Nederlandse Staatscourant, dat de statuten en het bijbehorende huishoudelijk reglement bij K.B. waren goedgekeurd. De naam veranderde toen in ‘Muziekvereniging Kunst na Arbeid’. Eigenlijk was het al en poosje zo, maar Kunst na Arbeid kwam toen officieel geheel op eigen benen te staan. Nog veel meer dan voorheen moest er door de leden gewerkt worden om te kunnen blijven musiceren. Verkopingen, boterletteracties, antiek- en rommelmarkten, het hoorde er allemaal gewoon bij.

          In Maassluis waren toen flink wat woningen die op afbraak wachtten. Kunst na Arbeid huurde één of meer van dat soort panden voor de opslag van tweedehands meubelen. Kasten, bankstellen, kachels, bedden, je kon het zo gek niet opnoemen of zij hadden het te koop. Veel van de eerste allochtonen -jongeren en studenten die zich toen in Maassluis en omgeving vestigden- kochten volledige inventarissen bij KNA. Alles werd ook nog eens gratis thuisbezorgd.

Speciaal driemanschap

Zonder anderen tekort te willen doen, heeft Kunst na Arbeid een speciaal driemanschap gekend. Zij vormden jarenlang de belangrijkste steunpilaren van de vereniging. We bedoelen Rinus, Dries en Huug. Vele jaren waren zij lid van het bestuur. Marinus Lucardie o.a. als voorzitter, Dries van Dijk als penningmeester en Huug van Buuren als commissaris materiaal. Ook na hun zeer lange bestuursperiode bleven zij de vereniging niet alleen muzikaal trouw. Een bekend verschijnsel in Maassluis was de handwagen, waarmee Rinus en Huug op pad gingen. Zij verzamelden daarmee spullen voor de verkopingen ten bate van de club. Niet altijd ging dat even eenvoudig, want Maassluis kent hellingen, zoals de Wedde, de Wip en de Afrol. Mocht één van deze hindernissen in hun route zijn opgenomen, dan werden er nog wel eens andere dan uitsluitend muziektermen gebruikt.

In de 105 jaar van haar bestaan heeft Kunst na Arbeid 10 dirigenten gekend. Achtereenvolgens zijn dat de heren N. van Gent, P.J. Wiest, B.J.M. Tisse, J. Boer, A. Glotzbach, F. Samson en dan mevrouw L. de Valk , de heer M. van Raay, mevrouw Ellen van den Berg, Richard Vrijhoef en nu de heer Alex Thyssen.

 

Het aantal voorzitters staat nu op 9 en tot nu toe zijn het steeds heren: C. Groenendaal, L.S. Prins, M. Lucardie, L. Lucardie, W. Wolzak, C.J. Hollaar, T.F. Jonkman, F. Warnaar en nu Jan Rijsdam.

 

​Met zeer veel dank aan Cock Hollaar

bottom of page